B. 1940-1945

DE DUITSE INVAL, DE BEZETTING, HONGERWINTER EN DE SLAG OM PINGJUM

1. DE DUITSE INVAL (mei 1940)

Op vrijdag 10 mei 1940 breekt de Tweede Wereldoorlog uit. In de vroege ochtend, door Adolf Hitler vastgesteld om 03.55 uur Nederlandse tijd (05.25 Uhr Duitse tijd), overschrijdt het Duitse leger op enkele plaatsen de grens van Noord-Nederland. Zonder een voorafgaande oorlogsverklaring. Hun opmars verloopt vlot. De aanvalszone loopt van Noord-Groningen tot Coevorden. Nadat de grens is overgestoken splitsen de Duitsers zich daarna op in krachtige eenheden. Onder bevel van generaal-majoor Kurt Feldt rukt de 15.000 sterke 1.Duitse Kavallerie Division – de latere 24.Panzer Division – snel op naar de kop van de Afsluitdijk. De dagorder van generaal Feldt luidt: ”Naar voren kijken, naar voren denken en naar voren rijden”.

Bij de aanval op Noord-Nederland zijn het drietal Duitse orders voor 1.Kavallerie Division:

  1. snel Noord-Nederland bezetten als noordelijke flankverdediging van de Duitse centrale aanval op het hart (Grebbeberg) van de Nederlandse verdediging vóór de ‘Vesting Holland’;
  2. de stelling Kornwerderzand veroveren en de regio ‘Kop’ van de Afsluitdijk overmeesteren inclusief de strategische Rijksweg 43 Bolsward – ‘Kop’, met o.a. Pingjum als flankdekking;
  3. de IJsselmeerhavens in bezit nemen/scheepsruimte vorderen om vervolgens de Vesting Holland binnen te vallen.

Op de kerktoren van Pingjum speuren enkele burgers met verrekijkers de noordoostelijke horizon af, op zoek naar vijandelijke troepenbewegingen. Op het dak van de ‘trochreed’ van Hotel De Vries neemt dorpsgenoot en militair van het Nederlands veldleger S. Lemstra het oosten voor zijn rekening. Behoudens het overvliegen van eskaders Heinkel duikbommenwerpers en vijandelijke Stuka’s die verkenningen en foto’s maken gebeurt er de eerste dagen niets wat met een opmars van de vijand heeft te maken.

Om ± 11.30 uur stoot de Duitse voorhoede (zie afbeelding 20 en 20a), die over Dronrijp, Lutjelollum en Achlum oprukt, kort voor Arum op een wegversperring, bestaande uit een dwars over de weg gegraven gracht. Een groep pantserwagens meldt dat alle naar Pingjum en Zurich leidende wegen zijn versperd. Pioniers worden ingezet om de versperringen op te ruimen en intussen wordt het gros van de afdeling in Achlum, Kimswerd en Arum ondergebracht. Voorts wordt na de opruiming van de versperringen het 3e eskadron naar Pingjum vooruitgeschoven. Van de Duitse troepen die vanuit Leeuwarden naar Harlingen doorstoten buigen een deel af naar Pingjum. Halverwege de weg tussen Pingjum en Witmarsum zal men ter hoogte van een duiker nog een sleuf in de weg graven. Een klap met een houweel is voldoende om de stroomkabel tussen Witmarsum en Pingjum te vernielen. Daardoor komt het dorp die dag zonder stroom te zitten. Het euvel is aan het einde van de dag weer verholpen. 1

afb. 20: de Duitse opmars in Friesland in mei 1940
afb. 20: de Duitse opmars in Friesland in mei 1940

afb. 20a: de Duitse opmars in Friesland in mei 1940 (ingezoomd)
afb. 20a: de Duitse opmars in Friesland in mei 1940 (ingezoomd)

De eerste verkenners op motorfiets met zijspan bereiken Pingjum op 11 mei om 4 uur ’s middags onder prachtige weersomstandigheden. De 1.Radfahrerabteilung is gericht op de op de Wonsstelling en wordt op dezelfde dag ten noordoosten van het dorp gelegerd.

De militairen van de Duitse Radfahr Abteilung 1 onder commando van Oberstleutnant Maximillian Reischsfreiherr von Edelsheim (alias: ‘Der Alte’) gebruiken het dorp als bivak, nestelen zich in de boerderijen in het stro van waaruit een Nederlands detachement is verdwenen en jagen hun paarden in de wei om te grazen. De bezetters doen zich te goed aan ‘Eiercognac’ (advocaat), Bohnenkaffee, Kwatta chocalade-repen en sigaretten. In en rond Pingjum wordt geen strijd geleverd. Behalve in de lucht.

Duitse bronnen en een forum op http://www.grebbeberg.nl/ melden enkele verliezen:

  1. Kurt Ilschner
    Geboren op 06-01-1915 in Castrop-Rauxel
    Letzter truppenteil: Kradmeldezug 40,der 1e kavallerie-division
    Letzter dienstgrad: Gefreiter/Ordonnans
    Gefallen: 12.05.1940 Pingjum
    Aard van de verwonding: Kopfschuss
  2. Max Kreilinger
    Geboren op 21-07-1915 in Köln
    Letzter truppenteil: 2./Radfahr-Abteilung 1
    Letzter dienstgrad: Oberschütze
    Gefallen: 12.05.1940 Pingjum
    Aard van de verwonding: onbekend

Tijdens de eerste dagen van de ‘Blitzkrieg’ maakt een toestel Messerschmitt Bf 109E (zie afbeelding 21, bron: onbekend) van de Deutsche Luftwaffe 6e Staffel Jagd Geschwader 186 – vanuit Stelling Wons door het 9e Depôtbataljon onder commando van 1e lt. J.P. Winsemius geraakt door twee voltreffers in de benzinetank – een noodlanding enkele honderden meter ten zuiden van Pingjum, langs de weg naar Wons, vlakbij Lutke Pingjum. De piloot is ongedeerd. Zijn naam is volgens informatie op http://www.luchtoorlogfriesland.nl/ vermoedelijk Helmut Mertens. 2

afb 21: een neergestort Duits gevechtsvliegtuig nabij Pingjum
afb. 21: Duits gevechtsvliegtuig stort neer nabij Pingjum

Twee dagen later komt een tweede Duits vliegtuig naar beneden bij Pingjum: een Heinkel He-111J bommenwerper (afbeelding 22, bron: Deutsche Bundeswehr) dat verkenningen verricht en foto’s aan het maken is bij Kornwerderzand en Zurich. De bommenwerper is beschoten vanuit de Wonsstelling en stort neer tegen de Gouden Halsband tussen Zurich en Pingjum en breekt in twee stukken. 4 man overleven; 1 sneuvelt.

afb. 22: Heinkel HE 111 bommenwerper. Bron: Bundeswehr
afb. 22: Heinkel HE 111 bommenwerper

Ooggetuigen boer Roel Wijmstra van Waltinga-state aan de Waltingalaan te Pingjum geeft mede namens zijn knecht Jappie de Beer hieromtrent het navolgende verslag, tevens bevestigd door Dirk L. Hilarides, meerdere plaatselijke (jonge) ooggetuigen, een rapport van de gemeentepolitie Wonseradeel en het gevechtsverslag van Marine-onderofficier W.J. Jacobs d.d.. 15 mei 1940:

Ik was op die 12e mei aan het werk op de boerderij met mijn knecht toen ik ineens vanaf de zeedijk een vliegtuig zag naderen dat kennelijk in de problemen zat. Het was een twee motorig vliegtuig met een glazen neus en de Duitser leek een noodlanding te gaan maken. Hij raakte de grond en sloeg met een zware slag tegen de glooiing van de zogenaamde gouden halsband, een laag slingerend dijkje. Hij sloeg over de kop, maar vloog niet in de brand. Het was een paar honderd meter van mij af gebeurd en ik rende erheen. Ik zag vier mannen eruit klimmen en snel in de (oostelijke) richting (Pingjum) van de Duitse troepen lopen. Toen wij bij het toestel kwamen en door de glazen neus naar binnen keken zagen we de piloot zitten. Hij was dood en ik zag dat hij net onder zijn vliegkap een kogelgat in zijn voorhoofd had.3

In de nachtelijke uren van 12 mei nadert een Duitse verkenningseenheid, bestaande uit zeven pantserwagens, Zurich vanuit noordelijke richting. Deze eenheid wordt door de Nederlandse Koninklijke Marine onder vuur genomen, waarbij een viertal pantserwagens worden uitgeschakeld. Het overgebleven deel trekt zich hierna weer terug naar Pingjum.

Om 06.15 uur vertrekt het Nederlandse gevechtsvliegtuig Fokker C-V nr. 594 met als opdracht de verkenning van vijandelijke artillerieopstellingen en deze te fotograferen. De Fokker C-V nr. 612 krijgt de opdracht de troepenverzamelingen voor de Wonsstelling te verkennen. Ten noordoosten van Pingjum worden een groot aantal afgezadelde paarden waargenomen, die daar rond een boerderij staan, waaruit is af te leiden dat zich bij deze boerderij een afdeling vijandelijke cavalerie ophoudt.

Omstreeks 12.00 uur opent de Duitse artillerie, opgesteld ten noorden van de lijn Witmarsum-Pingjum, het vuur op het stellinggedeelte tussen Gooium en Haaijum, terwijl wordt waargenomen, dat de vijand troepen uitlaadt te Pingjum. Om ongeveer 13.00 uur gaat de Duitse infanterie vanuit Pingjum voorwaarts aan weerszijden van de weg Pingjum-Cornwerd. Dit zijn het 2e (zuiden van de weg) en 3e eskadron (noorden van de weg). Vanaf de Kop Afsluitdijk geven de opgestelde Nederlandse stukken vuur af in oostelijk richting op de vanuit Pingjum naderende vijand. Het veldgeschut van de Duitsers begint nu ook met schieten: zowel tussen Pingjum en Arum als aan de Waltingelaan onder Pingjum is een stuk geschut opgesteld. Daarnaast is de aanval op Kornwerderzand begonnen: een serie luchtaanvallen, gevolgd door artilleriebeschietingen vanaf de Friese kust.

Na beschietingen vanaf de Friese kust besluit de Duitse legerleiding in de namiddag van 13 mei (pinkstermaandag) met de versterkte gevechtsgroep van Reichsfreiherr luitenant-kolonel Von Edelsheim de stelling Kornwerderzand aan te vallen. De aanval wordt met naar schatting 600 man uitgevoerd, verdeeld over vijf stootgroepen; in de avond voert een peloton onder leiding van leutnant Heinz Kolczyk een gewapende verkenning uit richting Kornwerderzand. Op een afstand van 800 meter laat kapitein Boers het vuur openen met brisantgranaten uit het 5cm-geschut van twee bunkers. De aanval mislukt volkomen, de Duitsers voeren hun gewonden en gevallenen zo snel mogelijk af.

Over de werkelijke verliezen is nimmer iets in een gevechtsrapport vermeld. De Duitse verlieslijst spreekt slechts van enkele gesneuvelden, maar uit het dagboek van de Duitse divisiearts blijkt achteraf dat op 17 mei nog tientallen gewonden in het ziekenhuis te Leeuwarden verblijven. 4 Kapitein Boers laat zich wel uit over een schatting van de Duitse verliezen in een brief d.d. 18 januari 1941:

Uwe toezegging gedaan in Uw schrijven d.d. 15 dezer geeft mij aanleiding U thans gaarne de door U gewenste inlichtingen te verstrekken temeer daar ik mij met Uw oordeel omtrent de in de M.S. (militair tijdschrift) verschenen bijdragen betreffende de gebeurtenissen van 10-15 Mei 1940 geheel kan verenigen … 5

Ook de Pingjumers hebben zo hun eigen idee: ”It bloed stroamde ta de Dútske legerauto’s út.” Uit het teruggevonden register door de auteur Jac. Topper van het boek ‘De Wonsstelling’ blijkt, dat op 8 augustus 1940 alle in Friesland in de meidagen van 1940 gesneuvelde of aan hun verwonding overleden Duitse militairen, die aanvankelijk een veldgraf hebben gekregen, zijn herbegraven op de Noorder Begraafplaats  in Leeuwarden. Het betreft (in volgorde van dit register):

Deze twee militairen zijn gesneuveld bij Pingjum.
6. Abraham, Ernst, veldgraf bij boerderij Houw, daarna op kerkhof Pingjum, van zijn begrafenis aldaar is geen aantekening gemaakt.
7. Seela Willy, begraven te Zurich bij de kerk;
   Van de laatste twee militairen is bekend dat ze respectievelijk op 13 en 12 mei 1940 zijn gesneuveld op de Afsluitdijk.

Op dinsdag 14 mei begint de artilleriebeschieting op Stelling Kornwerderzand andermaal. Hierop heeft de kazematbezetting inmiddels het passend antwoord klaar. Telefonisch zijn van de Friese kust verkregen aanwijzingen over de coördinaten van de Duitse geschutsopstellingen doorgegeven aan den Helder en vanaf daar radiografisch aan de ±15 km. uit de Friese kust in de Dove Balg gelegen kanonneerboot Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau die de Duitse stellingen met succes onder vuur neemt. Na ruim 100 schoten verdwijnt het schip weer, omdat de dreiging van Duitse vliegtuigen groot wordt geacht. De Duitse artillerie van de Friese kust zwijgt. Ook volgt er geen nieuwe (verkennings)aanval over de Afsluitdijk.

Wel probeert het Duitse leger met nieuwe luchtbombardementen. Een voltreffer met een bom van 500 kg. scheurt een gapend gat in een van de bunkers. Vanuit Den Helder wordt speciale sneldrogend beton gestuurd. Maar het is niet meer nodig. De Nederlandse legerleiding heeft na het zware bombardement op Rotterdam en de bedreiging dat Utrecht mogelijk hetzelfde lot wacht, besloten de wapens neer te leggen, ter voorkoming van verder bloedvergieten tegen een oppermachtige, goed getrainde en modern bewapende vijand.

In totaal worden er van de gehele bezetting van de Wonsstelling ongeveer 300 Nederlandse militairen krijgsgevangen gemaakt. Het totale aantal kan onderverdeeld worden in twee groepen: groep Workum en groep Pingjum. Beide groepen worden afzonderlijk van elkaar afgevoerd. Nadat de Duitsers de voorpostenlijn, bezet door de 1e, 2e en 3e sectie van de 9e Res.Gr.Comp., hebben bezet worden deze eenheden gedwongen om zich met medeneming van hun gewonden te voet te verplaatsen naar Pingjum, waar zij tijdelijk gevangen worden gezet in een weiland (het kaatsveld, de “bân”, tegenover de Leanefeart).

Pingjumer soldaat Teake Schat, in Wons nog grotendeels in slagerskleren gehuld en die daardoor niet door de Duitsers als militair wordt herkend, krijgt een schop onder zijn achterste en het dringende advies om zo snel mogelijk naar huis in Pingjum te gaan. Hij wordt eerder in een boerderij net voor Wons gevangen genomen en heeft net de nog droge kleren aangetrokken van zijn al in burger gevluchte commandant van Stelling Wons. Teake heeft namelijk een tijdje in een nabije sloot gelegen om niet door de laag overvliegende Duitse kogels richting Stelling Wons te worden geraakt en is toen de strijd is geluwd naar deze boerderij gegaan. Sippe, de zoon van Dhr. Schat, zegt later over deze gebeurtenis:

“De Duitsers dachten echter aan zijn kleren te zien, dat ze de kolonel van dienst te pakken hadden en namen hem gevangen. Wel was hij vanwege zijn beroep ook kok in het Nederlandse leger. Men kreeg echter door, dat hij toch niet de beoogde hoge militair was, maar een gewone, nu ontwapende soldaat. Hem werd daarop door de binnengevallen Duitsers met het geweer in aanslag gevraagd “Wo wohnst du?” en hij wees daarop naar de toren van Pingjum, waar zijn vrouw en kind nog in de slagerij Grote Buren 22 verbleven. Nadat hij hen dat had duidelijk gemaakt, werd hij uit krijgsgevangenschap ontslagen en kon hij daar heen gaan met de verplichte achterlating van de resterende militaire bezittingen.”

Als de Duitsers ook de weerstand bij de betonbrug hebben gebroken, moeten de aldaar krijgsgevangen gemaakte Nederlandse militairen zich ook, met gewonden, te voet verplaatsen naar Pingjum.

2. DE BEZETTING (1940-1945)

De Nederlandse regering is gevlucht naar Londen. Het uitwijken van koningin Wilhelmina naar Engeland is even het gesprek van de dag: was dit wel of niet een verstandig besluit? Helemaal buiten beeld is zij niet, want tijdens de eerste uitzending op 28 juli 1940 van Radio Oranje, verzorgd door de Engelse BBC, spreekt zij het Nederlandse volk moed in en laat overduidelijk haar afkeurende mening weten over de bezetter: “Wie op het juiste oogenblik handelt, slaat den Nazi op den kop. Ik heb gezegd.”

Nederland krijgt in de bezetting een burgerlijk bestuur onder leiding van de Oostenrijkse nazi: Dr. Arthur Seys-Inquart. Seys-Inquart probeert de Nederlanders tot medewerking te bewegen met de zogeheten ‘fluwelen handschoen’ politiek. Adolf Hitler beschouwt ons land als ’Deutschfreundlich’ en geschikt om deel uit te maken van zijn ‘Grosz Deutschland’. Als gebaar van goede Duitse wil worden de krijgsgevangen Nederlandse militairen na de korte mei-oorlog bij uitzondering allen naar huis gestuurd.

De oorlog laat het dorp tot de bevrijding van 1945 vrijwel onberoerd. Pingjum, hoewel niet massaal actief in het verzet, is anti Nazi-Duitsland en anti-NSB. Er schuilt menig onderduiker en op ‘Hania’ is het verzet geconcentreerd. Onder de 600.000 vaderlandse dwangarbeiders die naar Duitsland moeten vertrekken, is het aantal Pingjumers te tellen op de vingers van één hand. Het aantal onderduikers en gehuisveste Nederlandse vluchtelingen is beduidend groter! Eén van de Joodse onderduikers is de 24-jarige Koen uit Amsterdam. Hij heeft bijna heel Europa rondgezworven en houdt zich schuil bij boer De Jong. Razzia’s en huiszoekingen leveren weinig resultaten op voor de Duitse bezetter. De gezochte personen zijn vaak van te voren gewaarschuwd door het verzet en hebben daardoor de tijd om een geschikte onderduikplek te vinden. Wel heerst er vanaf 1942 in het dorp de voortdurende angst verraden te worden door NSB’ers, landwachters, de gehate Grüne Polizei of door Nederlandse sympathisanten van Nazi-Duitsland die daar geld mee proberen te verdienen. 6

Slechts een enkeling uit het dorp is aangesloten bij de NSB. In bezet Nederland bepleit de NSB van Mussert strikte neutraliteit, maar haar sympathie staat geheel aan de Duitse kant: zij verwacht na de oorlog een ‘nieuw Europa’ op nationaal socialistische grondslag onder Duitse hegemonie. De NSB werkt openlijk samen met de ‘Moffen’ en staat (vergeefs) voor een samenvoeging van Nederland, België en Frans-Vlaanderen tot een Groot-Nederland binnen een Germaanse of Europese Statenbond. Mussert en de zijnen krijgen wel gaandeweg meer invloed op de lagere overheid (veel burgemeesters zijn NSB-ers, zoals Catrinus Werkhoven in de gemeente Wonseradeel), maar geen echte regeringsbevoegdheid. Seys-Inquart deelt de lakens uit en Hitler neemt Mussert nauwelijks serieus.

Vrijheid en democratische rechten zijn tot nul gereduceerd: er is identificatieplicht (zie afbeelding 23, archief J.J. Sieswerda). Iedere Nederlander van 16 jaar en ouder dient het persoonsbewijs bij zich te dragen en bij controle op de openbare weg aan bevoegd gezag te laten zien.

afb 23: identificatie - stamkaart Dhr. Jochum Sieswerda
afb 23: persoonsbewijs van Jochum Sieswerda

In Pingjum is aan voedsel gelukkig geen gebrek in de eerste oorlogsjaren. De schoorstenen van talrijke boerderijen leveren voldoende gerookt spek, slachtvee is vlak bij de hand, bij het dorsen wordt genoeg tarwe onder de ogen van controleurs van de CCD bemachtigd. De plaatselijke smid is in het bezit van een ‘molen’, om uit koolzaad olie te persen en er is een overvloed aan aardappelen, groente, erwten, bonen en zuivelproducten. Bepaalde voedingsmiddelen en artikelen vallen onder een distributiesysteem: de bonkaarten (zie afbeelding 23a) worden verstrekt door vertoon van op naam gestelde stamkaarten. Dit systeem moet een eerlijke verdeling van schaarse voedingsmiddelen en goederen over de bevolking garanderen.

afb. 23a - textiel distributiebonnen
afb. 23a – textiel distributiebonnen

Af en toe worden er paarden en fietsen gevorderd. Op het voorplein van de openbare lagere school worden affiches met propaganda of verordeningen van de bezetter aangeplakt. De luidklokken uit de Pingjumer toren worden gevorderd om bij de oosterburen omgesmolten te worden ten behoeve van de Duitse oorlogsmachine. In de zomer van 1941 wordt in Nederland een verplichting tot het inleveren van koper, tin en nikkel ingesteld. In Pingjum wordt deze maatregel grootschalig tegengewerkt; het meeste metaal verdwijnt namelijk heimelijk onder de grond. Een ander gevolg van dit metaaltekort wordt merkbaar vanaf 10 januari 1942: munten van zink worden in omloop gebracht met een waarde van 1, 2½, 5, 10 en 25 cent (zie afbeelding 23b, eigendom J.J. Sieswerda). Deze worden door de bevolking ook wel Rost van Tonningen-munten genoemd, naar de toenmalige NSB-president van De Nederlandsche Bank.

afb. 23b - oorlogsgeld (zink)
afb. 23b – 1 cent, 5 cent en 10 cent (zink)

Oorlogsbrood is gemaakt van inferieur tarwemeel met toegevoegde rogge-, aardappel- of peulvruchtenmeel. En zo worden gaandeweg meer surrogaatproducten gebruikt: zeep wordt vervangen door kleizeep, tabak door binnenlandse ‘tabak’, koffie door granen en cichorei (zie afbeelding 23c), leren schoenen door kartonnen schoenen of klompen, surrogaat-chocolade, enzovoorts.

afb. 23c - surrogaat koffie uit WO II
afb. 23c – surrogaat koffie

Een enkele keer verschijnt een Duitse patrouille op de fiets, meestal om een praatje bij de leugenbank te maken. Op een zondag overigens hebben zij andere plannen. Bij het uitgaan van de gereformeerde kerk vatten ze een dorpsgenoot bij de kraag. Deze Pingjumer vraagt om een sanitaire stop thuis, hetgeen wordt toegestaan. Prompt ontvlucht de arrestant via een over het hoofd geziene zijdeur het huis via de ‘oorlogssteeg’ naar zijn ouders op de Kamp. De parmantige Pruisen moeten bij het passeren van de menigte dorpelingen spitsroeden lopen en keren met lege handen terug bij Herr Hafenkapitän in Harlingen.

Ook het fanfarekorps ‘Harmonie’ wordt (her)opgericht. Veel leerlingen melden zich aan voor de opleiding tot muzikant onder leiding van dirigent K.D. Anema. Bij deelname aan het eerste muziekconcours in Zuidlaren behaalt Pingjum met het muzieknummer “Een zonnige dag op de Veluwe” de eerste prijs in de vierde klas van de Friese Bond. Ook in een jeugdkorps krijgen jongeren de kans zich te ontwikkelen tot een volwassen muzikant.

Het dorpstoneel heeft weinig te lijden onder de oorlogsomstandigheden en trekt volle zalen. Zo beschrijft Siet de Vries in haar dagboek (SESI, pagina 34) de toneelavond van 8 september 1941 in de bovenzaal:

“De uitvoering was onder leiding van Gratama. De zaal was in een wip vol, dat kwam doordat de kaartjes al van te voren uitverkocht waren. Dat heeft nogal wat ruzie in het dorp veroorzaakt, want sommigen zagen het wel twee of drie keer en anderen niet één keer. Ze wilden het bestuur soms te lijf gaan, wiens baantje mooier lijkt dan het is. Maar verder is er helemaal geen spul [ruzie] geweest. We hadden driemaal de zaal vol, de laatste keer zelfs overvol. De toneelstukjes waren een succes. Het publiek was gul met het applaus, wat wel het beste bewijs was. En die Gratama leverde ons daar een speech, geweldig! Een kwartier lang, om het dorp warm te krijgen voor de muziek, waar ze ƒ 1000,- aan aandelen voor nodig hadden.”

Want dat geldbedrag is hard nodig voor de (her)oprichting van het fanfarekorps ‘Harmonie’. Er worden later diverse nieuwe instrumenten gekocht bij de firma Stein in Zaandam.

Op donderdag 22 januari 1942 wordt in Friesland de 7e Elfstedentocht verreden, na de vorige in 1941:

“Er deden wel 7000 deelnemers aan me, en die zullen wel weer overal vandaan komen. Pieter Attema [een Pingjumer] vertelde over zijn ervaringen. Die man is wel sterk, want hij heeft hem meegereden was ’s middags vijf uur officiële tijd aan de finish en daarna is hij nog naar huis gereden. Het was prachtig weer die donderdag; het vroor wel hard, maar de wind was veel minder. De kranten schreven dan ook dat de 8ste Elfstedentocht de mooiste geweest was die ze tot nu to gehouden hebben. S. de Groot uit Weidum heeft gewonnen. Een heleboel beste rijders hadden zich op de meren verreden, waaronder ook de rijders die De Groot wel partij hadden geboden. Maar niettemin is hij in een recordtijd verreden, dus wel een bewijs dat er gang in zat. Dirk Hilarides en Jochem [redactie: Sieswerda] hebben het ook volbracht.” 7

Midden in de oorlog wordt Pingjum opgeschrikt door een daverende explosie, als er een Duits gevechtsvliegtuig (zie afbeelding 25, bron: Friesland 1940-1945, Friese Pers, 1980, pag. 62) neerstort op het landbouwareaal van de firma Sieswerda. Een piloot daalt met zijn valscherm bij de ‘Grauwe Kat’, de andere gaat met zijn toestel ten onder. Belangstellende dorpelingen op de rampplek worden vrij snel op afstand gehouden door Duitse militairen en de politie. Slechts de leden van de vrouwenclub Nut & Genoegen zijn zich van niets bewust, het aantal ‘gekeuvel’ decibels op hun bijeenkomst in de ‘Bierhalle’ overschrijdt blijkbaar in aanzienlijke mate dat van de crash.

afb. 25: Duits vliegtuig neergestort op terrein van Firma Sieswerda
afb. 25: neergestort Duits Fockewulf vliegtuig, Donkerbroek

In 1943 worden voormalige Nederlandse militairen van de meioorlog 1940 opgeroepen om zich alsnog krijgsgevangen te melden. Radio Oranje doet vanuit Londen een oproep om zich niet te melden voor de krijgsgevangenschap. Dit slaat in als een bom. Er ontstaan in ons land grote stakingen. Het eerst bij Stork in Twente, die zich steeds uitbreiden naar andere fabrieken. Het worden de grootste stakingen (April-meistakingen / Melkstakingen) ooit. Ook het platteland in noordelijk en oostelijk Nederland laat zich niet onbetuigd. Pingjum evenmin.

Er wordt geen melk meer geleverd aan de zuivelfabrieken, maar gratis weggegeven of geloosd in de sloten. De boeren in het dorp (anti-actie) en de arbeiders (pro-actie) komen een korte tijd in de Pingjumer traditioneel eensgezinde agrarische gemeenschap recht tegenover elkaar te staan. Aldus heeft een vernietigende nederlaag van de Duitse Wehrmacht in de Sovjet-Unie veraf – die voor nazi-Duitsland een fatale ommekeer in de Tweede Wereldoorlog blijkt te worden – zijn verrassende en tegelijk ongewone repercussies in Pingjum dichtbij gebracht. Slechts 8.000 ex-militairen, een fractie van het totaal, geven gehoor aan de oproep en laten zich tewerkstellen, velen zijn ‘kriegswichtig’ (= onmisbaar voor de oorlogsvoering) en krijgen een vrijstelling, anderen duiken onder.

De hogere politiechef generalleutnant Hans Rauter kondigt het politiestandrecht af, waarbij men zonder vorm van proces kan worden geëxecuteerd. De bezetter grijpt bijzonder hard in: 900 mensen worden gearresteerd en overgebracht naar het kamp Vught. Er vallen 200 doden, van wie 80 door standrechtelijke executies worden uitgevoerd. Ter afschrikking worden er plakkaten met de namen en beroepen van de geëxecuteerden aangeplakt. Er vallen in Pingjum geen slachtoffers. De bezetters vermoeden dat Radio Oranje ons land tot de stakingen heeft aangezet; vandaar dat alle radio’s moeten worden ingeleverd. Hoewel er tientallen radiotoestellen worden ingeleverd in het gemeentehuis te Witmarsum, zit er ook een addertje onder het gras, aldus de jonge Douwe J. Sieswerda uit Pingjum:

Mijn vader had een oude defecte radio overhandigd aan de Duitse bezetter, terwijl onze echte radio naar de zolder verhuisde. Deze beslissing was niet zonder enig gevaar: je kon zo naar kamp Vught worden gestuurd. Een jaar later kregen wij een Duitse militair ingekwartierd en waren toen noodgedwongen ’s avonds naar de illegale buitenlandse zenders te luisteren. ’s Avonds, omdat onze gast namelijk nachtdiensten draaide.

Distributiekantoren worden steeds meer het doelwit van de Nederlandse ondergrondse. Om bonkaarten te bemachtigen. Deze bonnen werden daarna snel verstrekt aan onderduikers of verkocht op de zwarte markt om het verzet te financieren. Zo beschrijft op 23 september 1943 de verzetskrant ‘Het Vaderland. Blad voor Nederlandse arbeiders in Duitsland’ een kloeke overval op een distributietransport op de viersprong Pingjum-Zurich, het eerste optreden in het openbaar van de groep-Lever knokploeg uit Sneek:

“Zo vielen op 10 juli [redactie moet 30 juli zijn] een zeven gewapende mannen, waarvan sommigen uitgedost met een masker, een pruik of een kunstbaardje, een transport van distributiebescheiden naar Pingjum aan. De wachtmeester werd onschadelijk gemaakt met een doek met verdovingsmiddel, en van zijn revolver en gummistok beroofd. Eén van de aanvallers zei: ‘In naam van de Nederlandse weermacht, geef hier die bonnen. Zijn er nog NSB-ers bij?'”

De Britse Lancaster bommenwerpers met hun actieradius van 4300 km houden ’s nachts de Pingjumers uit de slaap. Zij vliegen regelmatig met brommende motoren over Friesland met hun bommenvracht op weg naar Noord-Duitsland en ze gooien tegelijk propagandaboekjes ‘de Wervelwind’ (zie afbeelding 24, archief J.J. Sieswerda) af, vergezeld van aluminiumstrips om de Duitse afweer/radar te verstoren. Op hun weg terug naar Engeland stoten ze ook overbodige ballast af, zoals vrijwel lege kerosine containers en fosforbommen (brandbommen) om snel de thuisbasis te kunnen bereiken en aan de jachtvliegtuigtuigen van de Duitse Luftwaffe te ontsnappen. Soms met dodelijke slachtoffers, zoals in Harlingen. In Pingjum blijft de schade beperkt tot geringe materiële schade. Militair vliegbasis ‘Fliegerhorst’ is ook af en toe het doelwit: de luchtdruk-schokgolven van de geallieerde strategische bombardementen op de Duitse vliegbasis in Leeuwarden zijn soms voelbaar in Pingjum.

afb. 24 – De Wervelwind (1943)

Overdag worden de Britten afgewisseld door de geallieerde Amerikaanse collega’s die met hun gigantische Boeing B-17 ‘flying fortress’ bommenwerpers langs de blauwe hemel trekken en een viervoudig wit condensatiespoor uit hun motoren achter zich laten. Voor jongens uit Pingjum een boeiend schouwspel, die op hun rug in de weide belangstellend in de lucht volgen hoe de Duitsers de vloot bommenwerpers die op weg naar Duitsland zijn vanaf de grond met behulp van FLAK afweergeschut beschoten worden en in de lucht door Luftwaffe Messerschmitt jagers worden belaagd. Een wit wolkje tussen de geallieerde vliegtuigen – een misser van de Duitse afweer – wordt steevast met gejuich begroet.

Op de scholen gaat het in de bezetting aanvankelijk zijn normale gang. Er wordt met kroontjesinktpen in mooie schriften op wit papier geschreven en gerekend. In een bank met schuin aflopend schrijfblad voor twee kinderen zit vooraan in het midden een inktpotje, dat met een schuifje kan worden afgesloten ter voorkomen van verontreiniging. Zingen, schoonschrijven zijn aparte vakken, op ‘gedrag’ en ‘vlijt’ wordt op het rapport ook een cijfer gegeven. De meester of juffrouw zit of staat achter een hoge lessenaar voor de klas(sen). De zogeheten grote ‘obs’ school telt vier leslokalen: in elk lokaal zitten met een leerkracht meerdere klassen bij elkaar: klas1&2; klas 3&4;klas5&6(7).

Na verloop van de bezettingstijd ontstaat door papierschaarste gebrek aan schriften en krijgen de scholieren een lei uitgereikt, waarop met een griffel kan worden geschreven en gerekend. Met een sponsdoosje – waarin een sponsje en een zeemleertje zit – kan een volgeschreven lei weer worden schoongepoetst. Meisjes hebben handwerken als apart vak; de jongens, tekenen. Achter in de klas staat een hoge kachel, waarin de leerkracht af en toe een kolenkit vol cokes kiepert. Voor de klas boven het schoolbord hangt een topografische aardrijkskundige kaart van Nederland. In de gang met stenen vloer zijn lange rijen kapstokhaken, waaronder vakken voor de klompen.

Aan het eind van de oorlog heeft een groep Duitse militairen aan de zuidwestzijde van de openbare school een ruimte ter bediening van hun grondgeleidelicht, bestemd ter oriëntatie van Luftwaffe Messerschmitt nachtgevechtsjagers op weg van en naar Fliegerhorst Leeuwarden. Daarover later meer.

Nu het tijdens de bezetting behoorlijk verkeersluw is – afgezien van fietsers en agrarisch verkeer in de vorm van paard en wagen – neemt de jeugd terstond bezit van de vrijgekomen ruimte voor spel, afwisselend gestuurd als door een onzichtbare code: knikkerspel, tolspel, touw-, bal- en hinkelspel (meisjes), hoepelen, vliegeren, tikspel, boompjeverwisselen, pijlzoekspel. Voorts ljeppen, eierenzoeken, (stekelbaars)vissen, zwemmen, kaatsen, dammen, bouwplaten maken, Dik Trom, Pietje Bel, Karl May (zie afbeelding 25b, archief J.J. Sieswerda) en Penning boeken lezen, sjoelen, sneeuwhutten bouwen, schaatsen, glijbanen maken.

afb25b
afb. 25b – Karl May 1e druk

Sommige tieners zoals Douwe Sieswerda en Rients Gratama volgen het nieuws op de voet en maken schetsen op papier van belangrijke militaire gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een van de laatste tekeningen uit het oorlogsschetsboek van Douwe toont zijn ongezouten mening over de NSB (zie afbeelding 26, archief J.J. Sieswerda).

Douwe Sieswerda uit Pingjum keurt de NSB af via een tekening
afb. 26: tekening uit oorlogsschetsboek van tiener Douwe Sieswerda (1945)

Aan het einde van de oorlog, kort na geallieerde invasie D-Day (6 juni 1944) in Normandië, komen er in het dorp nog enkele tientallen militairen van de Luftwaffe ingekwartierd bij burgers. Deze eenheid staat onder bevel van de onderofficier Herr Heuer en moet een ‘grondgeleidelicht’ bedienen voor hun Messerschmitt-110 nachtjagers van het ‘Haifischgeschwader’ op weg van/naar de ‘Fliegerhorst’ Leeuwarden. Uit zijn historisch onderzoek naar grondgeleidelichten schrijft Gerlof Langerijs ons naderhand:

“Inmiddels zijn er nieuwe ontwikkelingen. Onlangs is er een vergelijkbaar geleidelicht (zie afbeelding 27, met dank aan Dhr. Langerijs) met de codenaam ‘Katrin’ gevonden in Callantsoog. De theorie is thans dat het geleidelicht ‘Katrin’ in Callantsoog en dat van Pingjum met elkaar in verband staan. De veronderstelling lijkt aannemelijk, dat de Duitse jachtvliegtuigen van de basis ”Fliegerhorst” op Leeuwarden zich bij hun vluchten naar en van de Noordzee – waar zij de RAF bommenwerpers opwachten en bevechten – oriënteren op de grondlichten van Pingjum en Callantsoog, die in één rechte lijn liggen met het vliegveld in Leeuwarden. Eenmaal terug van de Noordzee op de lijn Callantsoog-Pingjum, kan de piloot in de verte al de grondlichten van de “Fliegerhorst”in Leeuwarden zien.”

Geleidelicht
afb. 27: Duits grondgeleidelicht

De ingekwartierde niet-politieke militairen in Pingjum gedragen zich correct, integreren snel in het dorpsleven en iedereen gaat ongecompliceerd zijn gang, inclusief zo nu en dan ongehinderd een vrijpostige onderduiker. Eind 1944 verdwijnt de grondgeleidelicht-eenheid plotsklaps. Twee opties liggen voor de hand: of ze zijn afgevoerd naar het Oostfront of met spoed naar het Duitse Ardennen offensief. Nazi-Duitsland verliest dat laatste offensief in januari 1945 met een forse aderlating van de Wehrmacht van 81.834 manschappen aan gesneuvelden, gewonden en krijgsgevangenen.

De Duitse bezetter trekt bij de naderende komst van het Tweede Canadese Legerkorps en de dagelijkse aanvallen van de Britse RAF gevechtsvliegtuigen op spoorwegtreinen en -knooppunten en de kop van de Afsluitdijk, de teugels nog wat strakker aan. Behoudens krachtstroom bij o.a. boerderijen wordt het aanbod van elektriciteit aan woningen gestaakt. De gezinnen moeten het ’s avonds doen met een zogenaamde ‘drijvertje’ in olie of kaarsen voor voldoende verlichting. Om in de kledingkrapte te voorzien zitten vrouwen weer achter het spinnewiel om uit schapenvachten wollen garen te spinnen, waarvan weer menig wollen kledingstuk word gemaakt: ondergoed, lange kousen, klompsokken, jurkje, slipover, trui, ijsmuts, wanten e.d.

Op een zaterdagmorgen worden de populieren beiderzijds langs de weg Pingjum-Witmarsum in een ommezien door de inwoners van beide dorpen voor brandhout gerooid. Houten palen en hekken zijn eveneens vogelvrij verklaard. De zwarte handel bloeit levendig. Zwarthandelaren zijn echter strafbaar en maken vaak woekerwinsten ten koste van de bevolking.

Aan de spertijd, de avondklok tussen 24.00 ’s nachts en 04.00 ’s ochtends, dient men zich stipt te houden. Bepaalde mensen die in spertijd moeten werken (luchtbeschermingspersoneel, NS personeel, veehouders en arbeiders, melkmonsternemers) moeten naast het Persoonsbewijs een zogeheten Ausweis op zak hebben: een soort werkvergunning waarop staat wanneer en waar men werkt, voorzien van een handtekening en gestempeld met de Duitse adelaar met hakenkruis.

De feestdagen hebben niet erg te lijden onder de veranderde omstandigheden, want de bakkers uit Pingjum maken rond 5 december een mooi versierde etalage met hun gebakken lekkernijen. Bovendien kan er op sinterklaasavond in de behaaglijke bakkerij worden gesjoeld om oranjekoek en rollade.

3. HONGERWINTER (1944-1945)

De strenge winter 1944-1945 gaat voor westelijk Nederland de geschiedenisboeken in als ‘Hongerwinter’. De grote Spoorwegstaking op bevel van de Nederlandse regering in ballingschap in Londen, in verband met de naderende geallieerde luchtlandingen bij Arnhem worden door de bezetters als represaille beantwoord met de weigering van vervoer van geneesmiddelen, kleding en voedsel e.d. per trein naar westelijk Nederland, dat een gruwelijke nachtmerrie beleeft. Ook de aanvoer van steenkool uit Limburg is geblokkeerd, omdat de frontlijn intussen in de Betuwe ligt. Ook de waterwegen zijn bevroren en ongeschikt voor vervoer. Uit het verwoeste Arnhem komen mensen lopend en op de fiets naar de noordelijke provincies en uit de grote steden in het westen des lands waar grote schaarste aan de meeste elementaire levensbehoeften ontstaat. De door de Duitse Rijkscommissaris Seys-Inquart op 20 oktober 1940 opgerichte hulporganisatie ‘Winterhulp’ hoeft trouwens bij de Nederlandse bevolking niet zoveel op vertrouwen en populariteit te rekenen.

Er heerst een groot gebrek aan brandstof en de voedselvoorziening in de grote steden is ver beneden maat. Dagelijks wordt er door de gaarkeuken een portie voedsel per persoon verstrekt in de vorm van een soort dunne soep. Er worden zonder enig bezwaar tulpenbollen gegeten of wordt er geoogst uit volkstuintjes. Reikhalzend kijkt men uit naar de opbrengst van de hongertochten naar het platteland van Noord-Holland en over de 23 kilometer lange Afsluitdijk om bij de boeren om voedsel te vragen. Velen doen dit per fiets, met kinderwagen of de kar. In Pingjum ontvangen de boeren de landgenoten van de “oare kant” van de dijk gastvrij met warme soep, een maaltijd en soms een overnachting, alvorens zij de lange terugtocht wagen met de stille hoop dat ze bij de rand van de stad een controle door de Landwacht met hun gratis verstrekte voedsel zonder kleerscheuren kunnen passeren.

De Landwacht is in 1943 door de bezetter opgericht als paramilitaire organisatie, bemand door zwart gelaarsde en in zwart geklede NSB’ers met jachtgeweren: ook wel oneerbiedig ’Jan hagel’ genoemd in de volksmond. Hun taak bestaat uit o.a. arrestaties, executies, bewaking van gebouwen, controle van persoonsbewijzen, beslagname van voedselpakketten.

Uit voorzorg bevindt zich een deel van de jeugd uit het westen des lands geruime tijd als evacué op het platteland, onder wie tenminste twee op vrijwillige bases in Pingjum. Zo krijgt Haagse evacué Fred v/d Assem kost en inwoning bij het gezin van Jochum en Aukje Sieswerda. De reden van zijn vlucht is niet alleen de vrees voor een hongerwinter, maar ook de aanhoudende geallieerde bombardementen op Duitse V2-installaties in de Hofstad en de Atlantikwall in de directe omgeving van Den Haag.

4. BEVRIJDING VAN FRIESLAND EN DE SLAG OM PINGJUM (april 1945)

Begin 1945 hervat het Tweede Canadese Legerkorps onder aanvoering van luitenant-generaal Guy Granville Simonds zijn opmars via de IJssel naar het noorden en noordoosten. De Canadese 2. Infanteriedivisie van generaal Albert Bruce Matthews krijgt orders Groningen tot aan de Waddenkust en havens te zuiveren, om de vluchtweg van de naar het noorden opgejaagde Duitse Wehrmacht richting oosten naar de Heimat af te snijden.

Identieke opdrachten zijn weggelegd voor de Canadese 3. Infanteriedivisie onder bevel van generaal-majoor Ralph Holley Keefler die Friesland voor zijn rekening moet nemen en zuiveren, vooral Pingjum – Kop Afsluitdijk – Makkum moet zien te veroveren en af te grendelen voor de Wehrmachteenheden in westelijk Nederland (zie afbeelding 28, bron: onbekend). Bij deze divisie is de Canadese 8. Infanterie Brigade ingedeeld, bestaande uit:
Queen’s Own Rifles of Canada (cruciaal bij de bevrijding van Pingjum) &
– le Régiment de la Chaudière &
– the North Shore (New Brunswick) Régiment
De Brigade kiest Wolvega-Joure-Sneek-Bolsward als hoofdmarsrichting.

Bevrijding van Friesland (vasteland) 1945
afb. 28: de bevrijding van Friesland 1945

Terwijl het Friese verzet er alles (spijkers op de wegen, wegversperringen) aan doet om de aan- en afvoer van de Duitsers op te houden, komt er in april 1945 een vluchtelingenstroom op gang, richting Noord-Holland: collaborateurs, landwachten en NSB’ers uit Noord-Nederland vluchten veelal met gestolen goederen via de Afsluitdijk. Dit gebeurt vooral ’s nachts, want overdag worden ze beschoten door Engelse vliegtuigen.

Op zondag 15 april 1945 is Sneek bevrijd. Op dezelfde dag worden de Pingjumers opgeschrikt door geratel van karrenwielen. Op de paardenkarren zitten Duitse militairen met mitrailleurs, karabijnen en panzerfausten (= antitankwapen)! Hun opdracht is het dorp tegen de Canadese 8. Infanterie Brigade (met de tanks van de ’Queen’s Own Rifles’) te verdedigen als bescherming van de rechterflank voor de over de Afsluitdijk uit westelijk Nederland terugtrekkende Duitse Wehrmacht, NSB’ers en Landwachters. Omdat de Canadese 2. Infanteriedivisie inmiddels ver op Groninger bodem staat, is de vluchtweg naar Duitsland al afgesloten. 8

De militaire eenheid moet terstond op appel komen en krijgt instructies van hun officieren. Daarna verspreiden de militairen zich met hun wapens in en rondom het dorp. Het hoofdkwartier wordt gevestigd in de Bierhalle. Scholen en huizen worden gevorderd en ontruimd. De Duitse commandant eist inkwartiering en een slaapkamer op het oosten bij de familie Jochum D. Sieswerda. De ernstige officier zit bij de maaltijden ingetogen tussen de familieleden aan tafel, doet zich te goed aan de warme maaltijd en brengt voor de broodmaaltijd zijn eigen bekende zure Duitse kuch mee. 9

Op maandagavond 16 April 1945 wordt Witmarsum door de Canadezen bevrijd: de nationale vlag gaat op de koepel. De fanfare trekt met marsmuziek door het dorp. Dit feestgedruis is op afstand te horen in het bezette Pingjum. Canadese tanks breken door wegversperringen op de weg van Bolsward-Afsluitdijk. Boerderijen worden in brand geschoten. De bewoners maken zich in allerijl uit de voeten, maar mogen van de Duitsers niet het dorp uit. Ook in burger verklede landwachters proberen er stiekem tussenuit te knijpen. Anderen zoeken – gedwongen als ‘levend schild’ door fanatieke Duitse militairen, die zwaar bewapend in hun mitrailleurposten of als scherpschutters door en om het dorp liggen – schuil in degelijke en in soms primitief uitgevoerde kelders en wachten in spanning de ontknoping af.

De 13-jarige tiener Douwe (Jochums) Sieswerda zoekt samen met zijn ouders, zuster Hotsche en hun Haagse evacué Fred v/d Assem schuil in de sterk gewapend betonnen kelder van zijn buurman, oom Jelle Sieswerda, die zich daar met zijn vrouw, de kinderen Griet, Siebren en een Gooise evacué Liesbeth hebben verschanst. Een vrouw met baby van Boatlân die op weg naar Witmarsum door barse Duitsers is teruggestuurd completeert het gezelschap. Ook de hoogzwangere foxterriër Teddy van zijn oom Jelle ontbreekt niet. ’s Avonds in de kelder brengt de terriër tijdens de beschieting van het dorp een aantal puppy’s ter wereld. Douwe Sieswerda in zijn dagboek, over de omstandigheden in de kelder:

“Wij worden als levend schild ingezet, want vlak voor het kelderraam liggen Duitsers in hun mitrailleurspost. Wat voedsel en drinken betreft is er geen probleem: de keldertrap komt uit in de keuken. Er is voldoende licht in de kelder overdag via het kelderraam; ’s nachts gaan de kaarsen aan en olielampen zijn toereikend. Iedereen is voorzien van zijn/haar matras en deken. De granaten fluiten het gespannen gezelschap met korte tussenpozen over het hoofd om vervolgens elders in het dorp te exploderen. Door te tellen net als bij bliksem en donder maakt de jeugd een schatting van de plaats van inslag.” 10

Een sommatie van de Canadezen vanuit het gemeentehuis in Witmarsum aan hun Duitse legerleiding in Pingjum om onvoorwaardelijk te capituleren, wordt afgewezen. 11 Prompt openen de Canadezen met een batterij houwitsers bij Longerhouw dezelfde avond om rond 19.30 uur het vuur en leggen gedurende een nacht en een dag tevens een tapijt van mortiersplintergranaten over het dorp. Bij het eerste salvo raakt de bejaarde kaats-koning Jan Reitsma licht gewond.

Even later worden de kelderbewoners opgeschrikt door gestommel rondom het huis van Jelle Sieswerda:

“Een Duitse militair riep met een nijdige stem door het kelderraam: ‘Wo ist der Herr von der Ecke?’ Mijn vader vermoedt onraad als eigenaar van de stelpwoning op de hoek en sluipt weg door het wc-raam de steeg in. Mijn moeder – altijd kalm en goed in de Duitse taal – gaat met twee soldaten mee naar de ouderlijke woning op de hoek Grutte Buorren / It Leantsje. De militairen vragen om een broodmes en snijden de telefoonhaak van het toestel. Zij vermoeden namelijk verraad, omdat de Canadezen akelig precies hun posities weten te raken. Ook valt even de naam van Pingjumer Dhr. Vriesema die ook als een van de weinige dorpsbewoners in het bezit is van een telefoon …” 12

Op dinsdag 17 April 1945 krijgt de Nederlandse Canadees kapitein Ben Dunkelman bij Pingjum contact met een verzetsman. Deze stelt voor van de Duitsers per telefoon te zullen eisen zich over te geven. Die houden zich op de vlakte. Van verzetsmensen hoort de Canadese kapitein dat het noordelijk deel van de Pingjumer dorpsrand minder zwaar wordt verdedigd. Hij maakt een plan waarbij een deel van zijn compagnie een omtrekkende beweging gaat maken om Pingjum vanuit het noorden aan te vallen.

De meeste dorpsbewoners vluchten alsnog langs binnenpaden en landwegen naar de Riegeweg en via de boerderij van S. Bakker naar de naburige bevrijde dorpjes Arum en Kimswerd.

Luitenant John Hancock krijgt drie tanks en andere zware wapens mee om noordwaarts te trekken. De Duitsers worden opnieuw een ultimatum gesteld: overgave binnen twee uur, anders volgt de Canadese aanval. Twee uur later meldt Hancock dat hij op zijn uitgangspositie is aangekomen. De Duitsers worden nu vanuit het zuiden hard aangevallen om hun aandacht van Hancocks actie af te leiden. Daarna krijgt John Hancock bevel op te rukken. Intussen hebben vlammenwerpers een tiental boerderijen waarin vermeende Duitse mitrailleursnesten zouden zitten in brand gestoken en in rokende puinhopen doen veranderen.

Eén daarvan is de karakteristieke Friese kop-hals-rompboerderij van boer Wiebe de Jong. Later verklaart de kleinzoon Haitsma van Sjerp en Trien Haitsma, dat de werkelijkheid omgekeerd is. Dat wil zeggen, de hele bezetting zit de boerderij tjokvol onderduikers die Wiebe de Jong met ’oom’ aanspreken en bij de verjaardag van de ‘oom’ Wiebe zitten om samen met de familie rond de feesttafel in de voorkamer het feest bij te wonen. Zoon Evert de Jong herinnert zich van destijds dat hij erg verwonderd en stille getuige is, “dat zijn vader ineens zoveel neven heeft!” Van het grootouderlijk huis blijft alleen de regenwaterbak staan. De inwonende bejaarde Hidde de Vries wil niet bij zijn geld weg en is in het brandend huis om het leven gekomen. Na de strijd bij het zoeken in de puinhopen leiden enkele hemdsknopen naar de stoffelijke resten van De Vries of wat daar nog van over is.

Ook het zuiden van Pingjum staat in vuur en vlam. Mevrouw Maaike Oebeles Wijnalda raakt aan de voet gewond door een granaatscherf. Zij komt in eerste instantie bij de familie Bakker terecht en relativeert haar letsel wel uitermate nuchter met: “Leaver myn poat der ôf, dan myn kop!”

Het verminderen van de beschieting met mortiergranaten is in elk geval hoopvol. In de verte is de nadering van de Canadese infanterie met brencarriers te horen, de eerste geweerkogels fluiten om de huizen van de oostrand van het dorp. In een Duits mitrailleursnest vlak voor een kelderraam horen in de kelder schuilende Pingjumers de Duitse militairen fluisteren: “Komm mit! Komm mit! Die Tommies!” Er wordt niet lang gewacht; met het meenemen van hun wapens kiezen de Duitsers snel het hazenpad en verdwijnen in de invallende duisternis.

Als de Canadezen bij een woning aan de Grote Buren zijn aangekomen en stemmen in de kelder horen, schreeuwen ze om de identiteit bekend te maken. Als hiermee enige aarzeling (omdat Dutch met Duits wordt verward) optreedt, wordt er alsnog een handgranaat door het erkerraam van de voorkamer in het huis gegooid. Het slaat in als een bom vlak boven de hoofden van de bewoners en dorpelingen. Enkelen in de kelders voelen vlak voor de bevrijding hun laatste uur geslagen. Er wordt op de deurbel gedrukt. Voor de geopende deur staan Canadese infanteristen, die de voorhoede vormen van hun bataljon dat het dorp snel nadert. Voorop rijdt luitenant John Hancock met zijn tank tot in het centrum van Pingjum. Hij springt er uit en roept met bulderende stem in het Duits, dat de vijand zich bliksemsnel moet overgeven. Met opgeheven armen geven de Duitsers zich over.

Pas ’s avonds om ± 21.30 uur verschijnen de eerste grote groepen Queen’s Own Riffles of Canada in bren carriers en BS’ers met oranje armband om en vooroorlogse Nederlandse helmen op in het dorp, om met hun stenguns de Duitsers die zich zonder tegenstand hebben overgeven te verzamelen bij de bovenmeester op in de tuin, waar ze – bewaakt door enkele Canadese militairen met opgestoken bajonet – verslagen en gezeten met de rug tegen de muur van het huis met gebogen hoofd de verdere ontwikkelingen afwachten; leden van de SS & SA worden na afroep afgezonderd van de Wehrmacht. Als de Duitse commandant bij het afscheid zijn gastvrouw bedankt voor de correcte behandeling en zij hem vraagt, waar hij de komende nacht(en) denkt te gaan overnachten, is het antwoord: ”Im grünen Grass!”

In de invallende schemering worden drie Duitse officieren door de bevrijders afgevoerd. Even later vallen er schoten. De volgende dag worden aan het ‘griene leantsje’ in een greppel lichamen met een schot in de nek en op de borst ontdekt van het Duitse drietal, onder wie ook het lijk van de voormalige commandant. De War Diary of the Queen’s Own Rifles of Canada zegt hierover het volgende: “The commanding officer of the enemy garrison was killed alongside two of his aides while trying to flee. All in all, the Canadian took at least 37 Germans captive, though they apparently lost count after a point.” 13

Even later wordt een 17-jarige Duitser/Oostenrijker gearresteerd door de Canadezen en huilend terug vervoerd naar Pingjum. Hij is kennelijk in paniek geraakt en heeft geprobeerd het dorp in burgerkleding uit te vluchten. De jonge militair moet vervolgens in aanwezigheid van geallieerde militairen en een groep volwassen dorpelingen aan de rand van het dorp zijn eigen graf graven. Hij kan dit niet en smeekt tevergeefs om genade. Tevergeefs, want als het gat gegraven is wordt hij achter de school standrechtelijk geëxecuteerd. Een extra oorlogstrauma voor het dorp. 14

Woensdag 18 april 1945.

In Pingjum heerst na het inferno de chaos: dode paarden, koeien, geiten, militair materieel, loshangende stroom – en telefoondraden, puin, dakpannen. In deze wanorde in een nog brandend, naar buskruit stinkend dorp, waarin luid loeiende in dagen niet gemolken koeien her en der lopen en op hol geslagen loslopende paarden met de oren plat op de kop door de straten jakkeren. Er liggen in het dorp ook gesneuvelde Duitsers. Zij worden op landbouwwagens en veeauto’s naar de ‘jiskepôlle’ gebracht en in een gezamenlijk graf begraven. Nadat het stof is neergedwarreld, domineert de gehavende zadeldaktoren een dorp met uitsluitend beschadigde en tijdelijk niet te bewonen huizen (zie afbeelding 29a). 15

Pingjum in puin (1945)
afb 29a: Pingjum verwoest (april 1945)

Pingjum is bevrijd. Maar de bevolking is ook boos. Gefrustreerd, omdat hun dorp in puin ligt terwijl het naburige dorp Witmarsum luidruchtig feest heeft gevierd tijdens de beschietingen. Een man uit Witmarsum die iets te enthousiast de oorlogsschade wil opnemen in Pingjum wordt met stenen en schoenen bekogeld en maakt zich snel uit de voeten.

Volgens het Nederlandse Ministerie van Defensie zijn er 46 Duitsers en 1 Canadees aan militaire zijde gesneuveld. Er zijn 6 burgerslachtoffers te betreuren: de dames Tjamkje Blanksma – Buwalda, Akke Smit – Roorda & Akke Wallinga; de heren Siebren M. Banning, Gerke Gerkema & Hidde de Vries. Verder is er nog een dodelijk slachtoffer te betreuren: een Hollands meisje in dienst bij de Duitse Rode Kruis. In de strijd om en voor Makkum sneuvelt de 32-jarige Pingjumer kolenhandelaar en verzetsstrijder Schelte D. Bruinsma. De ‘Makkumer Belboei’ 6 mei 2009 over deze tragische dood:

Bij het helpen van de Canadese bevrijders, die vanaf Bolsward, via Wons naar Makkum kwamen, kreeg een sectie van de NBS enkele opdrachten. Duitsers hadden zich verschanst hoog in een boerderij. Bij beschietingen in open veld, vanuit de boerderij, werden de NBS-ers Schelte Bruinsma en Simon Sipma gedood

Later bereikt Pingjum het vreselijke bericht, dat Sækele R. de Vries tijdens de Japanse bezetting van Nederlands Oost-Indië op 1 maart 1945 is gestorven in Pakanbaru. Sækele is in 1937 met zijn vrouw Brandie vertrokken uit Nederland en werkt aan de andere kant van de wereldbol voor Bataafse Petroleum Maatschappij (later Shell). Sækele is de oudste broer van Siet de Vries. Tijdens de oorlog vraagt hij aan zijn zusje om een dagboek bij te houden, zodat hij later kan lezen wat zij in de oorlog heeft meegemaakt. Het dagboek, 17 schoolschriftjes, overleeft kort na de bevrijding een felle boerderijbrand. In 2015 verschijnt het in boekvorm met als titel ‘SESI’; dat is de koosnaam die Siet gebruikt voor haar broer Sækele, het is ook een samenvoeging van Sækele en Siet.

Beluister radio-uitzending Omrop Fryslân 2005
PINGJUM 60 JAAR BEVRIJD:
fragment 1 (YouTube – 06:20). Nederlandse ondertiteling: J.J. Sieswerda
fragment 2 (YouTube – 05:07). Nederlandse ondertiteling: J.J. Sieswerda
– fragment 3

Op 5 mei 1945 capituleren de Duitse troepen in Nederland. Enkele weken later spoedt de jeugd van Pingjum zich naar rijksweg 43 om toe te kijken, hoe duizenden soldaten van de Wehrmacht Pruisisch marcherend op gepoetste laarzen bezig zijn met hun laatste militaire operatie: ‘Der Weg zuruck’ (zie afbeelding 30,  bron: Friesland 1940-1945, Friese Pers, 1980, pag. 156). De jeugd roept spottend, met de duim oostwaarts wijzend: “Zurück, zurück!” Een antwoord uit de colonne klinkt uitdagend: “Wir kommen zurück!”

afbeelding - De Duitse aftocht in Bolsward
afb. 30: de Duitse aftocht (Bolsward)

De bevrijding van Pingjum wordt pas in september 1945 gevierd. Vanwege de grote verwoesting in en om het dorp en omdat er militaire en burgerdoden zijn gevallen tijdens het beleg in april. In 1946 keren de Pingjumer torenklokken anno 1598 (gegoten door Willem Wegewart) en anno 1628 (gegoten door Andreas Obertin) terug. Van de Friese torenklokken blijven uiteindelijk 4212 gespaard.

Fuotnoaten:

  1. Topper, J., de Wonsstelling, pag. 88
  2. Ebbens,O. & E.Wijga, Dodendam, pag. 108
    Stichting Kornwerderzand, geschiedenis van de verdedigingswerken, pag. 17
  3. Topper, J., de Wonsstelling, pag. 171
    Brongers, Lt.kol. E.H., vlgs lijst samenstelling neergekomen Duitse vliegtuigen mei 1940
  4. Brongers, E.H. opening kazemattenmuseum, Leeuwarder Courant
  5. Originele brief van kapitein C.F.J. Boers ‘Duitsche verliezen Afsluitdijk mei 1940’, archief Dhr. Drs. J.J. Sieswerda, Bakkeveen
  6. Osinga, A., H. Bakker, tusken Vinea en Aggema, 1999, pag. 44
    De Vries, N.S, Sesi: een oorlogsrelaas van een jonge Friese vrouw voor haar broer in Nederlands-Oost-Indië, pag. 36
  7. De Vries, N.S, Sesi: een oorlogsrelaas van een jonge Friese vrouw voor haar broer in Nederlands-Oost-Indië, pag. 106
    Zie ook Elfstedenwiki over de 7e Elfstedentocht 1942: http://elfstedenwiki.vpro.nl/page/De+helse+Elfstedentocht+van+1942
    Zie ook het Polygoon Hollands Nieuws, videomateriaal van de NPO: http://www.npogeschiedenis.nl/speler.WO_VPRO_042152.html
  8. Dagboek ‘Bevrijding van Pingjum’ van Douwe (Jochums) Sieswerda, 15-18 april 1945, archief J.J. Sieswerda
    Harlinger Courant d.d. 8-10-1965, Vj 34, Pingjum: dorpje met ’n rijke geschiedenis
    Jong, Dr. L. de, het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog dl. 10b het laatste jaar II, pag. 1094
  9. Dagboek ‘Bevrijding van Pingjum’ van Douwe (Jochums) Sieswerda, 15-18 april 1945, archief J.J. Sieswerda
    Bakker, H. D., Penjum, Oarloch en Befrijing, pag. 19
  10. Dagboek ‘Bevrijding van Pingjum’ van Douwe (Jochums) Sieswerda, 15-18 april 1945, archief J.J. Sieswerda
  11. Algra, A., De historie gaat door het eigen dorp VI, 1960, pag. 147
  12. In 2005 is Douwe (Jochums) Sieswerda 60 jaar na dato geïnterviewd door Radio Omrop Fryslân (fragment 1) over zijn ‘ondergrondse’ ervaringen tijdens 16-17 april 1945. Daarnaast doen Hendrik Bakker en Andries Osinga hun verslag van de bevrijding van Pingjum.
  13. The Queen’s Own Rifles of Canada, Operations near Pingjum, the Netherlands, April 1945. Library and Archives Canada. RG 24-C-3. Volume 15170. War Diary of the Queen’s Own Rifles of Canada, Canadian Active Service Force (April 1945). Appendix 52: 1-14.
    Met dank aan het Nederlandse Ministerie van Defensie. Archief: J.J. Sieswerda
  14. Een militair in burgerkleding wordt toen volgens internationaal oorlogsrecht behandeld als een spion, met als ultieme straf: de doodstraf. Dezelfde straf die hij ook zou moeten ondergaan als hij door zijn eigen krijgsmakkers was gearresteerd, maar dan wegens desertie.
    Daarnaast is nog er nog iemand in de directe omgeving als spion veroordeeld en gefusilleerd. Het gaat waarschijnlijk om de Hongaar “Istvan Büro“. Leeftijd: 30 jaar. Lengte: 180 cm. Locatie van executie 1945: in het weiland van destijds in Zurich woonachtige gebroeders Tjeerdema. In juni 1948 is het veldgraf geopend en zijn de stoffelijke resten herbegraven in graf STA-1-11 te IJsselsteyn als onbekende. Bron: Ministerie van Defensie.
    In het oorlogsverslag van de Canadese Queen’s Own Rifles over hun opmars in Noord-Nederland 1945 is niets terug te vinden van de executie van Istvan Büro (Zürich) en de jonge Duitser/Oostenrijker (Pingjum).Dagboek ‘Bevrijding van Pingjum’ van Douwe (Jochums) Sieswerda, 15-18 april 1945, archief J.J. Sieswerda.

Contact met de webbeheerder: klik hier

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s